Samen

Met een hoofd dat op onweer staat gaat hij aan tafel zitten. Als ik vraag wat er is, zegt hij eerst dat hij gewoon moe is. Als ik doorvraag zegt hij dat hij echt helemaal geen zin in morgen heeft en eigenlijk niet naar school wil. Bijna tegelijkertijd barst hij in tranen uit.

“Ik moet in de pauze binnen blijven en strafregels schrijven”, zegt hij. Het verhaal komt er moeizaam uit. Hij wilde met J in de pauze op de schommel. Gewoon even met zijn tweetjes. C wilde meespelen, maar daar hadden ze geen zin in. Volgens Teun hadden ze dat een paar keer gezegd, maar de boodschap drong niet door. Het was een beetje irritant geweest. Dat wel. Er waren ook anderen geweest die gevraagd hadden of ze mee mochten doen, maar ze waren duidelijk: “Vandaag niet, we willen even met zijn twee.”

C ging naar de juf en die gaf ze vervolgens zonder pardon straf. In ieder geval zo heeft Teun het ervaren, want meer kan hij niet reproduceren van dat stukje. Ze moesten bij de juf komen en die zei dat je niemand mag buitensluiten en dat ze daarom de volgende dag in de pauze binnen moeten blijven en iets moeten gaan opschrijven over het belang van ‘samenspelen’.

Ik stuur juf een mail met de vraag of ze me even kan bellen. Ze vertelt dat er al in de gymles voor die pauze wat aan vooraf gegaan was. Gekibbel tussen Teun en C met name, maar J had er ook mee te maken. Eigenlijk is er al langer irritatie tussen de twee jongens. Ze had met ze gesproken over samenspelen en hoe dat veel gezelliger en fijner was. Zij hadden gezegd het te begrijpen. “Maar een half uur later sluiten ze C toch buiten.” Dat begreep ze niet zo goed. Ze was daar inderdaad boos over geweest en had besloten dat ze dan maar binnen moesten blijven in de pauze en hun visie op moesten schrijven over het samenspelen. Vanmorgen had ze nog een gesprek met Teun gehad waarin hij beter uit had kunnen leggen wat er gebeurd en afgesproken was. “Had hij dat gister meteen gezegd, was het ook anders geweest.” Maar nu vond ze dat ze zo moest handelen omdat ze die informatie gister nog niet had. Zonder deze informatie leek het echt op ‘buitensluiten’.

Ze vond het oprecht vervelend voor Teun dat het toch allemaal zo onduidelijk was geweest voor hem en dat hij niet wist hoe boos ze nou eigenlijk op hem was, of hij nou de eerste, de tweede of allebei de pauzes binnen moest blijven, of hij moest schrijven of mocht typen, etc. Dat was natuurlijk nooit haar bedoeling geweest. Ze zei hem dat hij dat echt beter meteen even kon vragen dan er een nacht wakker van te liggen. Maar helaas, zo werkt het niet in Teun zijn hoofd.

Ik help haar herinneren dat Teun een trage verwerkingssnelheid heeft. Dat het geen onwil is dat een verhaal er soms niet in een keer goed uitkomt. Dat hij niet altijd meteen om duidelijkheid kan vragen. Gek genoeg misschien omdat de onduidelijkheid er ook nog niet altijd meteen is. Dat het voor hem heel moeilijk is deze dingen te plaatsen of verbanden te leggen en dat hij gister eigenlijk geen flauw idee had wat hij nou fout gedaan had. Dat hij bijzonder vrolijk uit school kwam, bij het aan tafel gaan gisteravond begon te vertellen en om 22 uur ’s avonds uiteindelijk huilend in zijn bed lag omdat hij het allemaal niet meer kon overzien. De onduidelijkheid kwam pas na zo’n twaalf uur. En daarmee de onrust.

Bij ons kwam de vraag op of je op deze manier als kind nog zelf mag bepalen met wie je wil spelen of dat alles altijd ‘samen’ en ‘gezellig’ moet zijn. Ik gaf aan eigenlijk ook best te begrijpen dat als er al langer irritatie is tussen de twee jongens (mijn visie is dat ze allebei hartstikke verliefd zijn op J, maar dat even terzijde) dat Teun dan even geen zin heeft om verplicht samen te moeten spelen. Moet het altijd het heilige ‘samen’? Of gaan we ze leren dat het zo in de grote boze buitenwereld ook niet werkt en gaan we ze helpen daarmee om te gaan? Kiezen we niet allemaal onze eigen vrienden en kennissen. Ik zat op school ook bij mijn eigen gekozen groepje in de pauze en niet met de hele klas. De samenstelling kan ook veranderen. De ene keer speelde ik met Mirjam, een volgend keer met Aurelia. In plaats van het ‘altijd-samen-moeten-spelen’, had ze er misschien ook voor kunnen kiezen het andere jongetje iets anders aan te bieden?

Wellicht speelt mee dat ik al langer moeite heb met afspraken die er (al een paar jaar) liggen wat betreft het samenspelen voor Teun. Zo moet hij van tevoren aangeven met wie hij wil spelen in de pauze, omdat het anders onduidelijk is voor de andere kinderen die ook met hem willen spelen. Teun was op een gegeven moment kennelijk té populair. De kinderen moesten weten waar ze aan toe waren en het gaf Teun zelf ook rust. Zo hoefde hij niet steeds in te gaan op de vele speelverzoeken die anders bleven komen elke pauze weer. Maar kan je dat eigenlijk wel van een kind verwachten? Kan je als tien, elf of twaalf jarige altijd al ’s ochtends voor school begint bepalen met wie je wat gaat doen in de pauzes? En belangrijker misschien: mag je daar dan ook soms van af wijken? Mag je na een uur denken: “Ik wil toch liever wat anders straks?” Waar is de spontaniteit gebleven? Ik kreeg het er benauwd van. Toen ze de regel instelden leek het voor Teun zelf ook te werken en heb ik het gelaten, maar misschien moeten we opnieuw gaan kijken of dat nu nog wel zo is. Er is wat mij betreft een groot verschil tussen iemand moedwillig steeds maar buitensluiten en een keer geen zin hebben, maar vraag me oprecht af of dit nou echt wel buitensluiten was.

Misschien is het goed als ze het daar met de kinderen over gaat hebben. Zo leren zij allemaal dat je een grens aan mag geven en dat je ook wel eens geen zin in elkaar mag hebben. De ander weet dan dat hij zich niet persoonlijk afgewezen hoeft te voelen. In een klimaat waar alles per se goed, gezellig en samen moet staat de boel toch onder spanning.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

12 jaar morgen..

img_4422

Lieve Teun,

Gefeliciteerd alvast met je verjaardag! 12 jaar nu al morgen, de tijd vliegt weer (of nog steeds?) Terugkijkend is het ook dit keer een goed jaar geweest. Natuurlijk waren er ook de-niet-fijne-dingen; de ontstekingen en uiteindelijke operatie aan je oor, het gedoe met/in de taxi en de soms harde lessen op het sociale vlak. Je wil zo graag. Je wil stoer. Je wil erbij. Soms sla je de plank dan een beetje mis en voel je niet zo goed aan of een grapje leuk is of niet, maar ik geloof niet in kwade bedoelingen of bewust iemand buitensluiten. Zo zit jij helemaal niet in elkaar. Je overziet soms gewoon niet alles. Zo waren er de nodige vriendinnetjes. De een wat serieuzer dan de ander en soms meerdere tegelijk. Best ingewikkeld, maar ook zo interessant. Gelukkig is het allemaal te overzien als je pas elf jaar bent en speel je de volgende dag gewoon weer met elkaar in de klas en op het schoolplein.

Vorig jaar schreef ik al over ‘steeds-meer-loslaten’ en dat is alleen maar meer geworden. Als ik zie hoe je voor jezelf op kan komen in het ziekenhuis, vult me dat met trots. Jij hebt duidelijk, waar het kan, de regie in handen. Het is jouw lijf, jij bepaalt. In het dagelijkse leven is dat soms wat lastiger. Jij wil soms meer dan ik. Dan vind ik het ineens toch lastig je te laten gaan. Dan ben ik niet alleen trots, dan wil ik je ook vooral nog beschermen. Beschermen tegen pijn en nare mensen. Beschermen tegen onrecht. Beschermen tegen jezelf zelfs misschien. Tegen je ook nog wat naïeve kijk op het leven. Je sociale onhandigheid soms. Omdat je de gevolgen nog niet altijd kan overzien.

“Ik wil ook mijn eigen fouten kunnen maken”, zei je laatst. Voor mij een wijze les. Je hebt namelijk gelijk. Jij hebt ook recht op je eigen fouten mogen maken. Daarvan kan je leren. En soms zal dat een harde les zijn. Maar het zal jouw les zijn.

Iemand vertelde me dat ik als ouder de uitgestippelde weg al kan zien. Door mijn eigen ervaringen in het leven, mijn inzichten en mijn gemaakte fouten. Ik zie de rechte weg voor me naar volwassenheid. Het meest praktische pad van A naar B. Ik zie de beren al staan. Ik kan de gaten in het wegdek al zorgvuldig vermijden. Ik zie ook de hoogtepunten: er-op-af! Het kind heeft echter een ander pad voor ogen. Soms ga jij links van het pad af Teun, maar altijd kom je weer terug op het hoofdpad. Soms met een schram op je lijf of een krasje op je ziel, maar altijd zal je die hoofdweg terugvinden. Dat is namelijk je basis en die is goed. De volgende keer ga je rechtsaf van het pad af, maar ook daar keer je weer van terug. Zo zal het zich herhalen. Aan het eind, als je ook volwassen bent en punt B bereikt hebt en je kijkt terug op je(eigen) weg, zie je geen rechte lijn, maar een prachtige bloem. Jouw bloem.

img_4421

Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties

Oren

Nadat vorig jaar november het laatste buisje uit zijn oor gehaald was, ging het een hele tijd goed. Geen ontstekingen meer en bij de controles bleek dat hij maar minimaal gehoorverlies heeft, ondanks het ‘gaatje’ dat achtergebleven was in het trommelvlies. Dokter Mark legde uit dat hij dat met een operatie kon dichtmaken, maar dat het wat hem betreft ook zo zou kunnen blijven. Teun koos voor dat laatste. Hij had geen hinder van het gaatje.

Tot de zomervakantie. We zaten in Italië en lagen de laatste week lekker lui bij het zwembad. Teun had zijn GoPro camera mee en lag meer onder dan boven water.

DCIM103GOPRO

DCIM103GOPRO

Na één dag al ging het mis. Enorme pijn en een hoop rommel uit zijn oor. In ons beste Engels en met google vertaler bij de hand gingen we naar een apotheek voor druppels met ‘anti-biotico’. Dat bleek gelukkig geen enkel probleem. Zonder tussenkomst van een arts en zonder ook maar het kind met aangedane oor gezien te hebben, kregen we de druppels mee.

Teun was er echter klaar mee. Hij wilde ter plekke met dokter Mark overleggen en stuurde hem, via Hansje, een mail. Na nog een tweede antibioticumkuur in Nederland was de ontsteking eindelijk een beetje onder controle en besloot Teun na nog een goed gesprek met zijn KNO arts toch maar voor een operatie te gaan.

Afgelopen woensdag was het zover. Behoorlijk zenuwachtig, maar ‘in control’ ging Teun het ziekenhuis in. Gelukkig was hij als eerste aan de beurt. Hij koos ervoor om het zonder Dormicum te doen (stoer!) en liet de anesthesisten zweten door vol te blijven houden dat hij absoluut geen kapje wilde, al gingen ze allemaal op hun kop staan. Ze deden echt heel erg hun best, maar na uitgebreide inspectie van alle ledematen wisten ze nog niet waar te beginnen. Geen enkele ader leek geschikt. Ze klopten, wreven en zochten en uiteindelijk is het na acht tot tien pogingen gelukt met een klein naaldje om hem slapend te krijgen, zodat ze daarna verder konden zoeken zonder hem nog meer pijn te doen.

De operatie ging prima en toen ik naar hem toe mocht op de uitslaapkamer, bleek hij al goed wakker en al een aantal vragen gesteld te hebben. Een goed teken. Typisch Teun. Hij voelde zich goed en was niet misselijk. Daarna knapte hij rap verder op. In no-time gingen er een Danoontje, twee boterhammen, een champignonsoepje, evergreen, cakeje en halve bus Pringles in. Om vier uur was hij er klaar mee en belde de zuster of hij naar huis mocht.

In de auto terug stortte hij toch wel een beetje in en hebben we de appeltaart van Natasja (lief!) maar even bewaard voor de volgende morgen. De dagen daarna heeft hij voornamelijk op de bank doorgebracht. Hij genoot van de aandacht, de spelletjes, zijn dienblaadje met lekkers en drinken en vooral van ongelimiteerd op zijn laptop mogen.

Vanmorgen gingen we terug naar het ziekenhuis en werden alle gaasjes en verbandmiddelen in en om zijn oor verwijderd. Het zag er prima uit. Nog 4 weken rustig aan doen (“Niks doen waar je een rood hoofd van krijgt, Teun.”). De hechtingen achter zijn oor zullen vanzelf oplossen en hij mag zelfs weer voorzichtig douchen.

“Nu is het echt weer achter de rug,” zei Teun toch meer opgelucht dan ik eigenlijk vermoedde.

 

Schermafbeelding 2018-11-26 om 15.34.04

 

img_4217.jpg

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Operatie

“Ik vind het toch wel een beetje spannend nu.”

Terwijl hij het zegt kruipt hij lekker naast me in het grote bed. Ik weet meteen dat hij doelt op de geplande operatie van morgen. Ik snap het heel goed. Ook al kiest hij deze keer zelf voor de ingreep, het blijft een opgave. Elke keer je toch maar weer over moeten geven aan die rottige narcose. Bij dokter Casper zat hij vorige week nog ontspannen uit te leggen hoe het volgens hem allemaal moest gaan gebeuren. Goed voorbereid gaf hij antwoord op de vragen, vertelde in zijn eigen woorden (vrij plastisch) wat er gaat gebeuren tijdens de operatie (“De dokter maakt een snee achter mijn oor en klapt mijn oor even opzij zodat hij een stukje uit een bot kan halen en er goed bij kan, dat plakt hij dan op mijn trommelvlies en stopt een spulletje in mijn oor en een tampon zodat het goed blijft zitten), maar vertelde vooral hoe ‘de inleiding’ eruit moest gaan zien.

“Ik wil met een infuus gaan slapen en niet met een kapje.”

“Oké, maar je bent wel lastig te prikken, las ik. Een kapje kan je ook goed in slaap helpen hè…?”

“Dat weet ik, maar ik háát het kapje, ik heb liever dat je 1000 keer moet prikken dan dat ik een kapje krijg. Ik ben niet bang voor prikken.”

“Oké 1000 keer, zeg je. Dat is wel duidelijk. We gaan prikken.”
“Ik wil dan wel graag van die speciale warme pleisters, zodat je minder voelt.”

“Oké, dat is geen probleem, ik schrijf het op, goed dat je het zegt.”

“Kan dat op allebei mijn handen? Je weet maar nooit waar ze moeten prikken?”

“Ja hoor, dat lijkt me geen probleem.”

“Ik weet het nu nog niet zeker, maar ik wil ook graag dat er Dormicum geregeld is. Stel dat ik dat wil, dan staat het klaar en kan ik kiezen of ik het wil nemen.”

“Tja Teun, er zitten wel nadelen aan Dormicum. Daarom geven wij dokters het liever niet voor een operatie. Het kan er namelijk voor zorgen dat je wel langer slaapt na de narcose. Of dat je wat dieper slaapt, waardoor je ook wat langer moet blijven in het ziekenhuis.”

“Dat weet ik. Maar ik wil kunnen kiezen, want soms ben ik een beetje bang en dan vind ik het toch iets te spannend allemaal.”

“Weet je, dat snap ik eigenlijk heel goed met jouw voorgeschiedenis. Je hebt al zoveel meegemaakt. Ik zorg dat het klaarstaat.”

“Ik moet ook vaak spugen na een operatie. Dokter Mark zei dat het beter is voor mijn oor als ik niet moet spugen. Ik mag ook niet niezen. En ook niet sporten.”

“Dan gaan we je ook iets geven tegen de misselijkheid.”

“Ik wil ook graag naar 1 Noord in plaats van de dagbehandeling.”

“Oei, daar ga ik niet over. Dat zouden jullie bij de dagbehandeling even moeten vragen.”

“Ik heb het al aan Hansje gevraagd.”

Thuis treffen we ook de nodige voorbereidingen. Teun kijkt de filmpjes over ziekenhuizen en narcoses en ik haal de bestelde etenswaren voor als hij weer mag eten. (Pringles, Evergreens en chocolate chip cookies dit keer) Volgens Teun is het ook een regel dat hij de avond voor de operatie mag kiezen wat we gaan eten. Hij besluit dat het pizza wordt. Geen gewone, maar zo een die thuisbezorgd wordt. En of we ook even kunnen zorgen voor appeltaart als hij thuis komt. Als ik hem wijs op het feit dat we hopelijk maar kort in het ziekenhuis zullen zijn en het daardoor wellicht wat veel wordt allemaal, geeft hij aan geen problemen te zien. Na de operatie gaat hij immers met zijn dekbed (niet te verwarren met zo’n fleece dekentje, want hij wil echt met zijn eigen dekbed) een paar dagen op de bank. “Dan eten we de restjes wel op, mam!”

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Taxi, het slot (hopelijk)

Het begon goed. Na één dag al kreeg ik antwoord van ‘Hoperop’.

Ze zei dat het haar zeer speet dat Teun weer bij Raddraaier en Poppen-aan-het-dansen was ingedeeld. Ze legde uit hoe dat zo had kunnen gebeuren: Het was de gemeente. Die wilden zo nodig dat alle routes omgegooid werden. Omdat er kinderen te laat op school kwamen. En te lang onderweg waren elke dag. Het was ook de gemeente geweest die helemaal niets gezegd had over dat bepaalde kinderen niet bij elkaar mochten of konden. En tja bij de afdeling ‘planning’ van haar eigen bedrijf waren ze dat ook even ‘vergeten’. Heel vervelend allemaal. Ze hebben daarom meteen gekeken of Poppen-aan-het-dansen nog ergens anders bij kon! (Hoe groots haar gebaar) Maar helaas. Dat was niet meer mogelijk. Ze hoopte daarom dat het nu beter zou gaan voor Teun. En dat ze mij daarmee voldoende geïnformeerd zou hebben.

Ik mailde haar terug dat ik verbijsterd was. Hoe kon ze in bijna één zin tegelijk erkennen dat er een probleem lag, haar excuses aanbieden en vervolgens denken dat het opgelost was met ‘hopen maar dat het nu wel goed gaat’? Twee weken bleef het stil. Dat wil zeggen vanuit de gemeente en centrale. In de taxi nam de onrust toe. Raddraaier schold de kinderen uit, verbood ze te praten en beval ze stil te zitten. De zwijgzame chauffeur probeerde te redden wat er te redden viel. Hij begon te praten. Op boze en strenge toon. Niet echt gezellig en het hielp ook niet. Hij zat na drie weken compleet met zijn handen in het haar. De spanning was weer om te snijden. Voor één meisje zo beangstigend dat ze niet meer kon slapen ’s nachts. Zo kon het echt niet langer. Ik mailde de taxicentrale en vroeg, opnieuw, maar nu per direct, om een veilige oplossing. Een andere ouder deed datzelfde, maar dan bij de gemeente.

Binnen 5 minuten werd ik gebeld. Er kwam een schorsing van een week. “Raddraaier mag een week niet mee. Zo kan de rust wederkeren en hebben we een week de tijd om een oplossing te zoeken. Na die week gaan we dan verder kijken.” Ik was blij te horen dat ze eindelijk in beweging kwamen. Voor de zekerheid liet ik haar weten dat ‘een break van een week’ voor mij niet genoeg was. Dat ik echt een structurele oplossing verwachtte nu. Ze zei dat ik duidelijk was. Ze zei het wel 3 keer.

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Taxi (deel 2)

De herfstvakantie is afgelopen en Teun moet weer naar school. Vreemd, de taxi is laat. Net op het moment dat we denken dat ze hem misschien vergeten zijn, rijdt er toch een voor. Nieuwe bus. Andere kinderen. Onbekende chauffeur. Een van de kinderen uit de bus belt aan om Teun te komen halen. Het blijkt een oude bekende. Niet eentje die ik graag had willen zien, maar goed. De chauffeur blijft rustig in zijn bus zitten en maakt geen enkele aanstalten om even kennis te komen maken. Ik loop daarom naar hem toe, geef hem een hand en stel me voor. Ik zeg hem ook dat ik het jammer vind dat we niet van tevoren even gehoord hebben dat de routes omgegooid zouden worden, zodat we Teun daarop hadden kunnen voorbereiden. Gelukkig is Teun flexibel in dit soort dingen. “Hij wist het zelf ook pas een paar dagen”, zegt hij, mompelt nog iets over ‘de gemeente’ en gaat over tot de orde van de dag. Mijn verzoek of we contactgegevens uit kunnen wisselen (zoals ik dat gewend ben op het moment dat er een nieuwe vaste chauffeur is), wimpelt hij meteen af. Communicatie kan en moet via de centrale verlopen. Hij ziet vanzelf wel in zijn schermpje waar hij heen moet rijden.

Ik besluit het hierbij te laten, maar wel de taxicentrale een bericht te sturen over deze toch wat vreemde start van de dag en om te vragen bij wie we terecht zouden kunnen bij eventuele problemen, aangezien ‘Raddraaier’ weer in deze taxi meerijdt. Ik hou van korte lijntjes. En van ‘voor de zekerheid’. Ik krijg binnen een paar uur een bericht terug met excuses. Voor de kille ontvangst en het niet communiceren. Denk ik, want het staat er verder niet met zoveel woorden. Ze zegt eigenlijk alleen vrij algemeen: “Excuses hiervoor.” Al met al toch wel netjes. Ik ben gerustgesteld voor nu. En tevreden.

Als Teun uit school komt ‘s middags, vraag ik hem hoe het was. Hoe was school. Hoe was de nieuwe chauffeur. Hoe waren de kinderen in de bus. Hij noemt ze op. Zowel “Raddraaier” als “Poppen-aan-het-dansen” blijken in de bus te zitten. Samen. Bij elkaar. Huh? Waarom hebben ze deze jongens nou weer bij elkaar ingepland? De chauffeur was toch duidelijk geweest? Deze jongens moest je niet samen zetten. Wat kon er veranderd zijn in zo’n korte tijd? Toch maar even navragen bij de centrale. In eerste instantie schoven ze het af op de gemeente: “De routes zijn veranderd in opdracht van de gemeente en hierbij is niet vermeld dat de jongens niet bij elkaar mogen zitten in één wagen. Dus”. De gemeente gaf vervolgens aan dat ze het bedrijf slechts de opdracht hadden gegeven vanaf nu de kinderen op tijd op school af te leveren, maar wilden graag op de hoogte gehouden worden van verdere communicatie hierover met het bedrijf. De centrale biechtte toen op dat ze inderdaad alleen keken naar afstand en reistijd en geen rekening gingen houden met ‘iets’ wat 4 maanden geleden gebeurd was. Ze gaan er  vanuit dat de jongens gewoon weer bij elkaar kunnen zitten. Op mijn vraag wat er feitelijk veranderd is, waardoor het nu ineens wel veilig zou zijn, kreeg ik pas na 4 keer de vraag stellen, antwoord: “Wij gaan ervan uit dat deze situatie zich niet zal voordoen zoals 4 maanden geleden. De beweegreden hiervoor is dat we inmiddels 4 maanden verder zijn en we ervan uit gaan dat de kinderen gewoon samen in de wagen kunnen.” Zucht. Ik ben met haar nu even uitgesproken. Ik vind echt dat ik mijn best gedaan heb. Ik ben rustig, vriendelijk en beleefd gebleven.

De gemeente heeft mijn mail nu doorgestuurd naar de directie van het taxibedrijf. Eens kijken of zij ook denken dat alle problemen zich vanzelf oplossen als je je ogen dicht doet en 4 maanden afwacht…

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Taxi

(Deel 1, nu zo’n 4 maanden geleden…)

Toen Teun opeens aangaf niet meer naar school te willen, bekroop me een naar gevoel. Waar kwam dat ineens vandaan? Tuurlijk, hij is altijd blij als het weer weekend is en baalt echt niet bij een studiedag, maar deze reactie was té heftig. Dus vroegen we een beetje door. Teun kan best heel open zijn, maar als het over gevoelige dingen gaat is het soms net een oester. Na wat doorvragen vertelde hij dat hij geslagen en uitgescholden werd. De chauffeur zei er eigenlijk ook niets van, vertelde hij. Wat stond hij daar ineens klein en alleen. Ik beloofde hem dat we samen met de chauffeur zouden gaan praten, ik weet namelijk ook dat Teun soms moeite kan hebben met sociale situaties en drama soms onnodig groot voelt op deze leeftijd. Ik wenkte de chauffeur en vroeg of hij even uit de taxi kon komen om iets te bespreken. We zouden dit even uit de wereld helpen zodat mijn kind weer gewoon naar school kon. Ik legde uit dat Teun verdrietig was en eigenlijk niet meer in de taxi wilde. Zijn eerste reactie was duidelijk en kwam hard binnen: “Hij wist het ook niet meer. Teun had helemaal gelijk. De sfeer in de bus was te snijden.” In mij knapte er iets. Hoe lang speelde dit al? Waarom wist ik dit niet eerder? Waarom nam de bestuurder van de bus, als grote volwassen man, het niet op voor mijn kind? Hij verklaarde eerlijk dat het volgens hem geen zin had om de ontspoorde jongen aan te spreken op zijn gedrag. Hij had het wel geprobeerd hoor, hij had ook al met de ouders gesproken, maar het leidde tot nog meer escalaties. De andere grote jongen ging zich er mee bemoeien en, zo zei hij letterlijk, “Dan had je de poppen aan het dansen.” Dus zei hij maar niets meer. Ik legde uit dat dat voor mij toch echt voelde als ‘even de andere kant op kijken’, ‘als mijn kind in de steek laten’, maar vooral als ‘niet langer in staat te zijn om de veiligheid in je bus te garanderen’. De chauffeur zat er zichtbaar mee in zijn maag. Ik begreep ook heel goed dat het zijn belangrijkste taak is om op de weg te letten en de kinderen veilig van A naar B te brengen. Ik nam hem niets kwalijk, maar nam contact op met het taxibedrijf, de tijd van oogjes dichtknijpen was wat mij betreft voorbij. Ik vroeg ze hun verantwoordelijkheid te nemen als bedrijf en het niet langer een probleem te laten zijn van de chauffeur en de kinderen zelf. Gelukkig deden ze dat. Al de volgende dag werd een van de jongens op een andere route gezet. Niet de raddraaier zelf, gek genoeg, maar de ‘poppen-aan-het-dansen-jongen’. De chauffeur had aangegeven te verwachten dat het probleemgedrag dan ook voorbij zou zijn. Het was een wisselwerking tussen de twee. Hij bleek gelijk te hebben. De rust keerde weder. Met Teun sprak ik af dat hij elke dag zou vertellen hoe het was gegaan in de taxi. Dat hij het echt nooit meer hoeft te accepteren dat iemand hem stompt, uitscheldt of vertelt wat hij wel en niet mag doen. Het blijft soms moeilijk. Hij wil ook heel graag stoer en groot zijn, een van hen zijn. Niet piepen. Soms doe je dan dingen die je beter niet kan doen, zeg je niets en hoop je stilletjes dat je er ooit bij mag horen. Ook al zou je dat in dit geval helemaal niet moeten willen.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties