Oren

Nadat vorig jaar november het laatste buisje uit zijn oor gehaald was, ging het een hele tijd goed. Geen ontstekingen meer en bij de controles bleek dat hij maar minimaal gehoorverlies heeft, ondanks het ‘gaatje’ dat achtergebleven was in het trommelvlies. Dokter Mark legde uit dat hij dat met een operatie kon dichtmaken, maar dat het wat hem betreft ook zo zou kunnen blijven. Teun koos voor dat laatste. Hij had geen hinder van het gaatje.

Tot de zomervakantie. We zaten in Italië en lagen de laatste week lekker lui bij het zwembad. Teun had zijn GoPro camera mee en lag meer onder dan boven water.

DCIM103GOPRO

DCIM103GOPRO

Na één dag al ging het mis. Enorme pijn en een hoop rommel uit zijn oor. In ons beste Engels en met google vertaler bij de hand gingen we naar een apotheek voor druppels met ‘anti-biotico’. Dat bleek gelukkig geen enkel probleem. Zonder tussenkomst van een arts en zonder ook maar het kind met aangedane oor gezien te hebben, kregen we de druppels mee.

Teun was er echter klaar mee. Hij wilde ter plekke met dokter Mark overleggen en stuurde hem, via Hansje, een mail. Na nog een tweede antibioticumkuur in Nederland was de ontsteking eindelijk een beetje onder controle en besloot Teun na nog een goed gesprek met zijn KNO arts toch maar voor een operatie te gaan.

Afgelopen woensdag was het zover. Behoorlijk zenuwachtig, maar ‘in control’ ging Teun het ziekenhuis in. Gelukkig was hij als eerste aan de beurt. Hij koos ervoor om het zonder Dormicum te doen (stoer!) en liet de anesthesisten zweten door vol te blijven houden dat hij absoluut geen kapje wilde, al gingen ze allemaal op hun kop staan. Ze deden echt heel erg hun best, maar na uitgebreide inspectie van alle ledematen wisten ze nog niet waar te beginnen. Geen enkele ader leek geschikt. Ze klopten, wreven en zochten en uiteindelijk is het na acht tot tien pogingen gelukt met een klein naaldje om hem slapend te krijgen, zodat ze daarna verder konden zoeken zonder hem nog meer pijn te doen.

De operatie ging prima en toen ik naar hem toe mocht op de uitslaapkamer, bleek hij al goed wakker en al een aantal vragen gesteld te hebben. Een goed teken. Typisch Teun. Hij voelde zich goed en was niet misselijk. Daarna knapte hij rap verder op. In no-time gingen er een Danoontje, twee boterhammen, een champignonsoepje, evergreen, cakeje en halve bus Pringles in. Om vier uur was hij er klaar mee en belde de zuster of hij naar huis mocht.

In de auto terug stortte hij toch wel een beetje in en hebben we de appeltaart van Natasja (lief!) maar even bewaard voor de volgende morgen. De dagen daarna heeft hij voornamelijk op de bank doorgebracht. Hij genoot van de aandacht, de spelletjes, zijn dienblaadje met lekkers en drinken en vooral van ongelimiteerd op zijn laptop mogen.

Vanmorgen gingen we terug naar het ziekenhuis en werden alle gaasjes en verbandmiddelen in en om zijn oor verwijderd. Het zag er prima uit. Nog 4 weken rustig aan doen (“Niks doen waar je een rood hoofd van krijgt, Teun.”). De hechtingen achter zijn oor zullen vanzelf oplossen en hij mag zelfs weer voorzichtig douchen.

“Nu is het echt weer achter de rug,” zei Teun toch meer opgelucht dan ik eigenlijk vermoedde.

 

Schermafbeelding 2018-11-26 om 15.34.04

 

img_4217.jpg

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Operatie

“Ik vind het toch wel een beetje spannend nu.”

Terwijl hij het zegt kruipt hij lekker naast me in het grote bed. Ik weet meteen dat hij doelt op de geplande operatie van morgen. Ik snap het heel goed. Ook al kiest hij deze keer zelf voor de ingreep, het blijft een opgave. Elke keer je toch maar weer over moeten geven aan die rottige narcose. Bij dokter Casper zat hij vorige week nog ontspannen uit te leggen hoe het volgens hem allemaal moest gaan gebeuren. Goed voorbereid gaf hij antwoord op de vragen, vertelde in zijn eigen woorden (vrij plastisch) wat er gaat gebeuren tijdens de operatie (“De dokter maakt een snee achter mijn oor en klapt mijn oor even opzij zodat hij een stukje uit een bot kan halen en er goed bij kan, dat plakt hij dan op mijn trommelvlies en stopt een spulletje in mijn oor en een tampon zodat het goed blijft zitten), maar vertelde vooral hoe ‘de inleiding’ eruit moest gaan zien.

“Ik wil met een infuus gaan slapen en niet met een kapje.”

“Oké, maar je bent wel lastig te prikken, las ik. Een kapje kan je ook goed in slaap helpen hè…?”

“Dat weet ik, maar ik háát het kapje, ik heb liever dat je 1000 keer moet prikken dan dat ik een kapje krijg. Ik ben niet bang voor prikken.”

“Oké 1000 keer, zeg je. Dat is wel duidelijk. We gaan prikken.”
“Ik wil dan wel graag van die speciale warme pleisters, zodat je minder voelt.”

“Oké, dat is geen probleem, ik schrijf het op, goed dat je het zegt.”

“Kan dat op allebei mijn handen? Je weet maar nooit waar ze moeten prikken?”

“Ja hoor, dat lijkt me geen probleem.”

“Ik weet het nu nog niet zeker, maar ik wil ook graag dat er Dormicum geregeld is. Stel dat ik dat wil, dan staat het klaar en kan ik kiezen of ik het wil nemen.”

“Tja Teun, er zitten wel nadelen aan Dormicum. Daarom geven wij dokters het liever niet voor een operatie. Het kan er namelijk voor zorgen dat je wel langer slaapt na de narcose. Of dat je wat dieper slaapt, waardoor je ook wat langer moet blijven in het ziekenhuis.”

“Dat weet ik. Maar ik wil kunnen kiezen, want soms ben ik een beetje bang en dan vind ik het toch iets te spannend allemaal.”

“Weet je, dat snap ik eigenlijk heel goed met jouw voorgeschiedenis. Je hebt al zoveel meegemaakt. Ik zorg dat het klaarstaat.”

“Ik moet ook vaak spugen na een operatie. Dokter Mark zei dat het beter is voor mijn oor als ik niet moet spugen. Ik mag ook niet niezen. En ook niet sporten.”

“Dan gaan we je ook iets geven tegen de misselijkheid.”

“Ik wil ook graag naar 1 Noord in plaats van de dagbehandeling.”

“Oei, daar ga ik niet over. Dat zouden jullie bij de dagbehandeling even moeten vragen.”

“Ik heb het al aan Hansje gevraagd.”

Thuis treffen we ook de nodige voorbereidingen. Teun kijkt de filmpjes over ziekenhuizen en narcoses en ik haal de bestelde etenswaren voor als hij weer mag eten. (Pringles, Evergreens en chocolate chip cookies dit keer) Volgens Teun is het ook een regel dat hij de avond voor de operatie mag kiezen wat we gaan eten. Hij besluit dat het pizza wordt. Geen gewone, maar zo een die thuisbezorgd wordt. En of we ook even kunnen zorgen voor appeltaart als hij thuis komt. Als ik hem wijs op het feit dat we hopelijk maar kort in het ziekenhuis zullen zijn en het daardoor wellicht wat veel wordt allemaal, geeft hij aan geen problemen te zien. Na de operatie gaat hij immers met zijn dekbed (niet te verwarren met zo’n fleece dekentje, want hij wil echt met zijn eigen dekbed) een paar dagen op de bank. “Dan eten we de restjes wel op, mam!”

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Taxi, het slot (hopelijk)

Het begon goed. Na één dag al kreeg ik antwoord van ‘Hoperop’.

Ze zei dat het haar zeer speet dat Teun weer bij Raddraaier en Poppen-aan-het-dansen was ingedeeld. Ze legde uit hoe dat zo had kunnen gebeuren: Het was de gemeente. Die wilden zo nodig dat alle routes omgegooid werden. Omdat er kinderen te laat op school kwamen. En te lang onderweg waren elke dag. Het was ook de gemeente geweest die helemaal niets gezegd had over dat bepaalde kinderen niet bij elkaar mochten of konden. En tja bij de afdeling ‘planning’ van haar eigen bedrijf waren ze dat ook even ‘vergeten’. Heel vervelend allemaal. Ze hebben daarom meteen gekeken of Poppen-aan-het-dansen nog ergens anders bij kon! (Hoe groots haar gebaar) Maar helaas. Dat was niet meer mogelijk. Ze hoopte daarom dat het nu beter zou gaan voor Teun. En dat ze mij daarmee voldoende geïnformeerd zou hebben.

Ik mailde haar terug dat ik verbijsterd was. Hoe kon ze in bijna één zin tegelijk erkennen dat er een probleem lag, haar excuses aanbieden en vervolgens denken dat het opgelost was met ‘hopen maar dat het nu wel goed gaat’? Twee weken bleef het stil. Dat wil zeggen vanuit de gemeente en centrale. In de taxi nam de onrust toe. Raddraaier schold de kinderen uit, verbood ze te praten en beval ze stil te zitten. De zwijgzame chauffeur probeerde te redden wat er te redden viel. Hij begon te praten. Op boze en strenge toon. Niet echt gezellig en het hielp ook niet. Hij zat na drie weken compleet met zijn handen in het haar. De spanning was weer om te snijden. Voor één meisje zo beangstigend dat ze niet meer kon slapen ’s nachts. Zo kon het echt niet langer. Ik mailde de taxicentrale en vroeg, opnieuw, maar nu per direct, om een veilige oplossing. Een andere ouder deed datzelfde, maar dan bij de gemeente.

Binnen 5 minuten werd ik gebeld. Er kwam een schorsing van een week. “Raddraaier mag een week niet mee. Zo kan de rust wederkeren en hebben we een week de tijd om een oplossing te zoeken. Na die week gaan we dan verder kijken.” Ik was blij te horen dat ze eindelijk in beweging kwamen. Voor de zekerheid liet ik haar weten dat ‘een break van een week’ voor mij niet genoeg was. Dat ik echt een structurele oplossing verwachtte nu. Ze zei dat ik duidelijk was. Ze zei het wel 3 keer.

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Taxi (deel 2)

De herfstvakantie is afgelopen en Teun moet weer naar school. Vreemd, de taxi is laat. Net op het moment dat we denken dat ze hem misschien vergeten zijn, rijdt er toch een voor. Nieuwe bus. Andere kinderen. Onbekende chauffeur. Een van de kinderen uit de bus belt aan om Teun te komen halen. Het blijkt een oude bekende. Niet eentje die ik graag had willen zien, maar goed. De chauffeur blijft rustig in zijn bus zitten en maakt geen enkele aanstalten om even kennis te komen maken. Ik loop daarom naar hem toe, geef hem een hand en stel me voor. Ik zeg hem ook dat ik het jammer vind dat we niet van tevoren even gehoord hebben dat de routes omgegooid zouden worden, zodat we Teun daarop hadden kunnen voorbereiden. Gelukkig is Teun flexibel in dit soort dingen. “Hij wist het zelf ook pas een paar dagen”, zegt hij, mompelt nog iets over ‘de gemeente’ en gaat over tot de orde van de dag. Mijn verzoek of we contactgegevens uit kunnen wisselen (zoals ik dat gewend ben op het moment dat er een nieuwe vaste chauffeur is), wimpelt hij meteen af. Communicatie kan en moet via de centrale verlopen. Hij ziet vanzelf wel in zijn schermpje waar hij heen moet rijden.

Ik besluit het hierbij te laten, maar wel de taxicentrale een bericht te sturen over deze toch wat vreemde start van de dag en om te vragen bij wie we terecht zouden kunnen bij eventuele problemen, aangezien ‘Raddraaier’ weer in deze taxi meerijdt. Ik hou van korte lijntjes. En van ‘voor de zekerheid’. Ik krijg binnen een paar uur een bericht terug met excuses. Voor de kille ontvangst en het niet communiceren. Denk ik, want het staat er verder niet met zoveel woorden. Ze zegt eigenlijk alleen vrij algemeen: “Excuses hiervoor.” Al met al toch wel netjes. Ik ben gerustgesteld voor nu. En tevreden.

Als Teun uit school komt ‘s middags, vraag ik hem hoe het was. Hoe was school. Hoe was de nieuwe chauffeur. Hoe waren de kinderen in de bus. Hij noemt ze op. Zowel “Raddraaier” als “Poppen-aan-het-dansen” blijken in de bus te zitten. Samen. Bij elkaar. Huh? Waarom hebben ze deze jongens nou weer bij elkaar ingepland? De chauffeur was toch duidelijk geweest? Deze jongens moest je niet samen zetten. Wat kon er veranderd zijn in zo’n korte tijd? Toch maar even navragen bij de centrale. In eerste instantie schoven ze het af op de gemeente: “De routes zijn veranderd in opdracht van de gemeente en hierbij is niet vermeld dat de jongens niet bij elkaar mogen zitten in één wagen. Dus”. De gemeente gaf vervolgens aan dat ze het bedrijf slechts de opdracht hadden gegeven vanaf nu de kinderen op tijd op school af te leveren, maar wilden graag op de hoogte gehouden worden van verdere communicatie hierover met het bedrijf. De centrale biechtte toen op dat ze inderdaad alleen keken naar afstand en reistijd en geen rekening gingen houden met ‘iets’ wat 4 maanden geleden gebeurd was. Ze gaan er  vanuit dat de jongens gewoon weer bij elkaar kunnen zitten. Op mijn vraag wat er feitelijk veranderd is, waardoor het nu ineens wel veilig zou zijn, kreeg ik pas na 4 keer de vraag stellen, antwoord: “Wij gaan ervan uit dat deze situatie zich niet zal voordoen zoals 4 maanden geleden. De beweegreden hiervoor is dat we inmiddels 4 maanden verder zijn en we ervan uit gaan dat de kinderen gewoon samen in de wagen kunnen.” Zucht. Ik ben met haar nu even uitgesproken. Ik vind echt dat ik mijn best gedaan heb. Ik ben rustig, vriendelijk en beleefd gebleven.

De gemeente heeft mijn mail nu doorgestuurd naar de directie van het taxibedrijf. Eens kijken of zij ook denken dat alle problemen zich vanzelf oplossen als je je ogen dicht doet en 4 maanden afwacht…

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Taxi

(Deel 1, nu zo’n 4 maanden geleden…)

Toen Teun opeens aangaf niet meer naar school te willen, bekroop me een naar gevoel. Waar kwam dat ineens vandaan? Tuurlijk, hij is altijd blij als het weer weekend is en baalt echt niet bij een studiedag, maar deze reactie was té heftig. Dus vroegen we een beetje door. Teun kan best heel open zijn, maar als het over gevoelige dingen gaat is het soms net een oester. Na wat doorvragen vertelde hij dat hij geslagen en uitgescholden werd. De chauffeur zei er eigenlijk ook niets van, vertelde hij. Wat stond hij daar ineens klein en alleen. Ik beloofde hem dat we samen met de chauffeur zouden gaan praten, ik weet namelijk ook dat Teun soms moeite kan hebben met sociale situaties en drama soms onnodig groot voelt op deze leeftijd. Ik wenkte de chauffeur en vroeg of hij even uit de taxi kon komen om iets te bespreken. We zouden dit even uit de wereld helpen zodat mijn kind weer gewoon naar school kon. Ik legde uit dat Teun verdrietig was en eigenlijk niet meer in de taxi wilde. Zijn eerste reactie was duidelijk en kwam hard binnen: “Hij wist het ook niet meer. Teun had helemaal gelijk. De sfeer in de bus was te snijden.” In mij knapte er iets. Hoe lang speelde dit al? Waarom wist ik dit niet eerder? Waarom nam de bestuurder van de bus, als grote volwassen man, het niet op voor mijn kind? Hij verklaarde eerlijk dat het volgens hem geen zin had om de ontspoorde jongen aan te spreken op zijn gedrag. Hij had het wel geprobeerd hoor, hij had ook al met de ouders gesproken, maar het leidde tot nog meer escalaties. De andere grote jongen ging zich er mee bemoeien en, zo zei hij letterlijk, “Dan had je de poppen aan het dansen.” Dus zei hij maar niets meer. Ik legde uit dat dat voor mij toch echt voelde als ‘even de andere kant op kijken’, ‘als mijn kind in de steek laten’, maar vooral als ‘niet langer in staat te zijn om de veiligheid in je bus te garanderen’. De chauffeur zat er zichtbaar mee in zijn maag. Ik begreep ook heel goed dat het zijn belangrijkste taak is om op de weg te letten en de kinderen veilig van A naar B te brengen. Ik nam hem niets kwalijk, maar nam contact op met het taxibedrijf, de tijd van oogjes dichtknijpen was wat mij betreft voorbij. Ik vroeg ze hun verantwoordelijkheid te nemen als bedrijf en het niet langer een probleem te laten zijn van de chauffeur en de kinderen zelf. Gelukkig deden ze dat. Al de volgende dag werd een van de jongens op een andere route gezet. Niet de raddraaier zelf, gek genoeg, maar de ‘poppen-aan-het-dansen-jongen’. De chauffeur had aangegeven te verwachten dat het probleemgedrag dan ook voorbij zou zijn. Het was een wisselwerking tussen de twee. Hij bleek gelijk te hebben. De rust keerde weder. Met Teun sprak ik af dat hij elke dag zou vertellen hoe het was gegaan in de taxi. Dat hij het echt nooit meer hoeft te accepteren dat iemand hem stompt, uitscheldt of vertelt wat hij wel en niet mag doen. Het blijft soms moeilijk. Hij wil ook heel graag stoer en groot zijn, een van hen zijn. Niet piepen. Soms doe je dan dingen die je beter niet kan doen, zeg je niets en hoop je stilletjes dat je er ooit bij mag horen. Ook al zou je dat in dit geval helemaal niet moeten willen.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Medelijden

 

“Sorry, dat het zo lang duurde, maar ik werd even opgehouden.”

Hij komt hijgend binnen nadat hij een half uur daarvoor vertrokken was naar de Lidl, nog geen 5 minuten lopen hier vandaan. Hij vertelt over de vrouw die hem aansprak toen hij de winkel uit kwam lopen. Ze vroeg naar zijn handen. Of hij misschien een ongeluk had gehad? Even ongemakkelijk met de situatie (of meer de directheid van sommige mensen, denk ik) had hij geantwoord dat het geen ongeluk was, maar dat hij ‘zo’ geboren is. (Was dat maar waar trouwens, dat had een hoop operaties gescheeld).

Ze zei dat ze dat heel erg voor hem vond, dat ze medelijden met hem had en vroeg of ze voor hem mocht bidden. Ze voegde meteen de daad bij het woord en begon terplekke te prevelen. Ik voelde verontwaardiging. Daar gaan we weer. Een paar jaar geleden kwamen we ook een vrouw tegen op straat, die begon te roepen dat ze aan God ging vragen of hij ‘beter’ gemaakt kon worden. Ik baalde dat ik er niet bij was dit keer. Ik had wel graag weer een discussie gevoerd over dit medelijden dat ze voelde. Ik zelf associeer het toch een beetje met iets of iemand niet al te serieus nemen. Het heeft iets neerbuigends ook. Je vindt iemand een beetje zielig. Dat is iets anders dan met iemand meeleven. Bij medeleven kan je je gehoord voelen en dat is zeker prettig. Bij medelijden heb ik het gevoel dat je er boven gaat staan. Maar geloof me: mijn zoon is echt niet zielig! Hij is stoer, populair en sociaal. Hij denkt niet in beperkingen, stoornissen of ‘kan-ik-niet’. De wereld ligt aan zijn voeten. Hij wil piloot worden en politieagent. “Wat denkt ze wel”, zeg ik nog een beetje geïrriteerd.

Teun mengt zich nu ook in het gesprek. “Ik vond het eerlijk gezegd wel aardig van haar en ik wil best een beetje medelijden soms. Het duurde alleen veel te lang. Ik kreeg kramp, dus ben ik maar gewoon weggefietst.”

IMG_4026

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Envelop

IMG_3561Bij het opruimen van zijn kamer vond ik een envelop. Niet zo vreemd; Teun is dol op enveloppen. Hij heeft ze in alle soorten en maten. Groot of klein, met of zonder venster. Heel handig voor als iemand iets nodig heeft en onze voorraad is op. Je mag er altijd wel een lenen van hem.

Iemand vroeg me laatst wat hij daar dan toch mee doet, met al die enveloppen. Nou gewoon; hij schrijft brieven. Meestal aan zichzelf gericht, of soms aan fictieve anderen. Wellicht vindt hij dat hij te weinig post krijgt. Hij maakt ook graag pakketten trouwens. Alle doosjes en/of dozen in huis neemt hij mee naar zijn kamer, waar ze vervolgens uitgebreid beplakt (naam van een bedrijf) of bestickerd (naam van geadresseerde) worden. Ineens werkt hij dan als postbode in zijn eigen sorteercentrum. Hij tekent er postzegels op en voorziet ze van belangrijke stempels. Eens in de zoveel tijd gaat de bezem echter door zijn kamer en ruim ik het postorderbedrijf weer even op. Hij lijkt het niet erg te vinden en geniet ook weer van de ruimte die ontstaat daarna.

Deze keer viel mijn oog op een eigenlijk heel ‘gewone’ envelop. Ogenschijnlijk nietszeggend, klein, niet eens een ‘venster’, maar wel gericht aan ‘de minister van vreemdelingen zaken’. Ik was benieuwd wat hij die te vertellen had. Ik haalde de brief uit de reeds opengescheurde envelop en las: “Beste minister, mag mijn vriend Thomas a.u.b. in Nederland blijven Het is heel gevaarlijk als hij terug gaat. Mvg Teun.”

Dit is zijn manier van dingen verwerken, begreep ik. Gelukkig is er helemaal geen Thomas in zijn leven die daadwerkelijk gevaar loopt, en mogen Lili en Howick uiteindelijk toch blijven (want ik denk dat het daarmee te maken had), maar wel wordt me weer duidelijk dat Teun door middel van spel soms zoveel meer kan vertellen dan hij doet met alleen woorden. Het zijn niet zomaar briefjes en dozen. Ze staan symbool voor de gebeurtenissen. Voor alle grote en kleine dingen die in zijn eigen leven gebeuren of voorbij komen. Hij ordent en verpakt zijn gevoelens en meningen in al die doosjes en pakketten en stuurt ze symbolisch de wereld in. Ik kan niet anders dan ze voortaan met nog meer geduld en liefde aanpakken en opruimen.

IMG_3562

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties